Fotografen in de kou

Foto: Roel Visser

Fotografen die actief hun auteursrechten handhaven weten het al langer; Een bedrijf heeft online een foto van je gebruikt en weigert daarvoor schadevergoeding te betalen. Je hebt van alles geprobeerd en besluit de zaak voor te laten komen. De rechter geeft je gelijk: er is sprake van inbreuk en er moet schadevergoeding betaald worden. Mooi, zaak gewonnen. Dan komt de proceskostenveroordeling en wat blijkt, de door jou gemaakte kosten om je gelijk te halen worden voor slechts een fractie vergoed. Hoe kan dat?

Voor 2019 kreeg je in intellectuele eigendomszaken, zoals de Europese handhavingsrichtlijn voorschrijft, “de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten” vergoed. Sinds 2019 wijzen rechters in foto-inbreukzaken vrijwel uitsluitend het liquidatietarief toe.

Het liquidatietarief komt voort uit een puntensysteem waarbij de hoogte van de vordering in grote mate de hoogte van de proceskostenvergoeding bepaalt. De gedachte is dat een lage vordering zou wijzen op de eenvoud van de zaak en daarom zou een lage vergoeding voldoende zijn. De schadevergoeding voor een online foto-inbreuk komt zelden boven de €500 uit, het bijbehorende liquidatietarief is dan €144. Voor dat bedrag moet de jurist of advocaat het hele proces voeren. Aangezien het uurtarief vaak al hoger is, begrijpt iedereen dat je er als fotograaf op toe legt.

In augustus vorig jaar ondertekende veel fotografen een brief over de bemoeilijkte handhaving van foto-auteursrecht. Die brief was gericht aan de Raad voor de Rechtspraak en het ministerie van Justitie en Veiligheid. Voor het tijdschrift over intellectueel eigendomsrecht schreef ik een artikel over de problemen met de proceskostenveroordeling voor foto-inbreuken. Lees hier mijn pleidooi om het liquidatietarief voor deze zaken af te schaffen.